Norna Biron goes Faroes

August 6, 2021

For the Dutch Sailors Forum (Zeilersforum.nl) I wrote a (almost live) report of our 4 week sailing trip with friends from my hometown Lelystad in the Netherlands to The Faroes in the North Atlantic during July 8 to August 5 2021. On the way home we paid a short visit to Utsira and Skudenesshavn in Norway. All in all we sailed about 1700 nautical miles. For my own archives I have copied the text below, but in my mothers language. Maybe one day I will translate into readable English but until then you have to help yourself with Google Translate or simular. Sorry voor that.

Norna Biron is a UK build 30 ton 48ft steel sloop.

Here is the map with our track by Iridium Go.

Norna Biron naar de Faeröer (1)

Nadat we haar uit Griekenland hebben opgehaald (zie Tags) heeft Norna Biron niet meer gevaren. Dit met uitzondering van een tochtje naar Urk, alwaar ze de helling is opgetrokken om de roerlagers te kunnen vervangen. Wat een genot weer, ze kan weer normaal gestuurd worden, nieuw bootgevoel ook  🙂

In de tussentijd is er wel veel gebeurt. De zonnetent is eraf gesloopt waardoor de giek ook weer op de (lagere) oorspronkelijke plek zit, incl. een nieuw grootzeil. Ook de schuur op het voordek heeft plaats moeten maken voor de Purdey bijboot. Veel van het lopend want is vervangen en de tijdelijke aansluitingen voor de nav. apparaten zijn vervangen voor definitieve oplossingen. De mast is er afgeweest, gecontroleerd en voorzien van nieuwe bedrading en verlichting. De tijdelijke reparatie van het potdeksel, zoals ik dat in Messina had aangebracht, blijkt visueel nog niet eens zo vervelend te zijn en is nu vervangen door een meer definitieve oplossing met vier latten boven elkaar, zelfde idee maar nu over de hele lengte van de boeg.

Kortom, Norna Biron is klaar voor nieuwe reizen. Aanvankelijk was het plan om 4 maanden te vertrekken naar het hoge Noorden. Helaas hebben we dat een jaar moeten uitstellen ivm de Corona perikelen. Als alternatief doen we dit jaar een kortere reis met als voordeel dat we Norna Biron nog beter kunnen voorbereiden op de Arctische wateren.

We zijn donderdagmiddag vertrokken voor een 4 weekse reis naar de Faroes. Hans V. (ZF) sorry dat we je gemist hebben, onze aandacht werd opgeëist door een nukkige stuur automaat. Hij deed het wel maar leek een geheel eigen koers te willen gaan volgen.

Als snel blijkt dat de roerstandaanwijzer een ander idee heeft van de stand van het roer dan het roer zelf. Daar zit iets niet goed. De constructie zit samen met de overbrenging en de drive van de stuurautomaat bovenin de servies kast. De omwenteling van het stuurwiel wordt via een getande riem op de as overgebracht naar een tandwielhuis die deze beweging weer omzet in iets dat de roerstandaanwijzer begrijpt. Het armpje dat daarvoor bedoeld is blijkt een graad of 30 uit het midden te staan terwijl het roer zelf toch echt in de middenstand staat. We concluderen dat dit gebeurt moet zijn bij het terugplaatsen van het roer op Urk. Bij het kwadrant zit ook weer een tandwielconstructie die de beweging van het stuurwiel overbrengt op het kwadrant. Daar is bij de montage zeker iets verdraaid waarvan de gevolgen kennelijk niet onderkent zijn. Boven de kajuittafel zit ook nog een haakse overbrenging met een ketting. Geen van die overbrengingen voorziet in een verstel mogelijkheid.

De klemming van het tandwieltje op de stuurwielas voor de getande riem naar de tandwielkast krijgen we niet los. Zo te zien zit daar ook iets van een spie, zodat verdraaiing zowiezo niet mogelijk lojkt te zijn. De riem zit redelijk onbereikbaar aan de voorzijde van het tandwielhuis dat zelf weer vast zit met 4 bouten aan de bovenzijde. Als we er drie van loshalen zou het hele huis op de vierde bout enigszins kunnen draaien en kunnen we waarschijnlijk de riem wel lossen. Dat lukt. We zijn inmiddels in Kornwerderzand en kunnen met een gerust hard gaan slapen. Morgenochtend de boel weer terug monteren.

Vrijdagochtend moment suprême in De Boontjes. De automaat stuurt weer. Dat voelt weer als een overwinning 🙂

We moeten nog diesel tanken en willen dat doen in Harlingen. Helaas ligt de dieselponton achter de Tjerk Hidde sluizen, die voor ons te ondiep blijkt. We liggen vast (drempel 2m. en moeten weer opnieuw terug omhoog schutten en achteruit de sluis weer uit. Diesel tanken wordt Terschelling.

Onderweg naar het Schuitengat krijg ik een visioen van een vastzittende Norna Biron bij vallend water. Haar 2.4m diepgang is niet te negeren en de gegevens over het Schuitengat komen vooralsnog alleen uit de kaart. De route via De Slenk lijkt voor nu toch wat veiliger. Doen maar. Alhoewel Quicktide aangeeft dat het makkelijk kan …… Dat bewaren we dan maar voor vertrek morgen.

De stuurautomaat heeft nog steeds kuren 😦

We ronden nu het noorden van de Orkney’s. De eerste 4G boei geeft gelegenheid voor een update.

Norna Biron naar de Faeröer (2))

Zaterdag.
Het probleem met de stuurautomaat blijkt een slechte verbinding met het kompas te zijn. Wel weer lekker om het wiel los te kunnen en juist op het moment dat zelf sturen niet meer zo interessant is. We zijn de shipping lane over op een verder oliegladde zee. De motor zorgt voor de voortgang. Het boordleven krijgt langzaam vorm en we stellen het wachtschema in, 7/24 3 uur op en 6 uur af. Je krijgt daarmee meer dan genoeg slaapt en de wachten verschuiven per etmaal ook drie uur. Dus je hebt niet steeds dezelfde wacht. Happy hour is rond 17.00 en we spreken af dat zo rond 19.00 het avondeten achter de kiezen zit. Ben benieuwd welke culinaire hoogstandjes geleverd gaan worden. Aan de verse voorraad gaat het niet liggen, daar is de badkuip mee gevult.

Ik mag eerst, van 21.00 tot 24.00, het begin van een ritme voor de komende 5 dagen, zo heerlijk. Joost lost mij om 24.00 af en ok heb het eerste geluks momentje van wacht af en de warme kooi in. Er zullen er nog vele volgen 🙂

Zondag.
Mijn volgende wacht is weer om 6.00 uur. De zon begint al aardig op te warmen en nog fijner, er lijkt wat wind te komen. Volgens de grib gaat die ook verder toenemen. Tijd om de zeilen te hijsen. De kluiver is gisteren al uitgerold en nu komt het (nieuwe) grootzeil er ook bij. Ik laat de automaat de boot vrijwel in de wind sturen en begin de ochtend gymnastiek. Dat is niet alleen het grootzeil omhoog lieren maar ook een paar sprintjes tussen lier en achterlijk grootzeil. De zeillatten blijven één voor één achter de lazy jacks hangen en hebben wat handmatige hulp nodig om daar voorbij te komen. Een bekend fenomeen natuurlijk maar in je eentje heb je daar dan toch wat werk aan om de boel omhoog te krijgen. De andere twee liggen nog in diepe rust.

Het nieuwe zeil is prachtig en duidelijk met veel toeweiding gemaakt. De wind draait verder naar achteren en neemt weer af maar de stilte zo zonder motor maakt weer veel goed. Als Edmond mij straks gaat aflossen zal ik hem vragen om de spi uit het vooronder te halen. Bij wijze van grap natuurlijk, er is helemaal geen spi aan boord. Helaas, ik vergeet het te zeggen.

Zondagmiddag ligt er ineens een grote blauwe zak op het voordek met een knalgele spinnaker erin.

Hè ??

Nooit geweten en de zak, kennelijk uit het diepe vooronder, was mij niet eerder opgevallen. Er is alleen een probleempje, we weten niet wat er precies in zit en we hebben geen spinnaker boom. De suggestie om het als halfwinder te hijsen wordt verworpen als bij het uitpakken de gele hoop doek een symmetrische spi lijkt te zijn. Er zijn wel twee korte boompjes aan boord maar geen ophouder en neerhouder. Die laatste is gauw gemaakt en de ophouder is even tijdelijk van vlees en bloed bij het hijsen.

Maar niet groot genoeg.

Het zal een koddig gezicht zijn maar niettemin zorgt het gele ding wel voor de voortgang vandaag. De belettering op het gele doek laat los en de eerste A van de kennelijke sponsor van het zeil wappert weg en valt in zee.

Het gemis van de ophouder zorgt ervoor dat het korte boompje maar moeilijk te fixeren blijft en daardoor tegen de verstaging aan een zelfdestructief proces is begonnen. Ik bedenk dat ik met het andere boompje wel iets kan fabrieken om dat te voorkomen. Een ophouder maar dan net ff anders.

Voor de rest is het leven vandaag zeer eenvoudig en genieten we van het mooie weer en Norna’s voortgang. Tegen de avond halen we de spi weer naar beneden en zeilen onder voltuig verder noordwaarts. (grootzeil, kotterfok en kluiver)

Terwijl ik dit schrijf passeren we in deze tweede nacht op zee een hele reeks olie platformen aan stuurboord. Hod, Valhall, Eldfisk en Ekofisk verderop.

Het begint te miezeren.

Norna Biron naar de Faeröer (3)

Maandag 12-7
Een top zeildag met 12-15 knopen halve wind en 7-8kn bootsnelheid. De ochtend begon met regen en een koerswijziging voor het passeren van het Pierce Oil Field. Bovenlangs durf ik niet aan dus dan maar onderlangs hetgeen Norna op een wat wiebeliger ruime koers brengt. Ik stel de gevoeligheid van de automaat één streepje omhoog om haar iets beter op de ruimere koers te houden. Een uurtje later kunnen we weer wat opsturen. We schuiven het ene na het andere oil field voorbij. Aan bakboord sleept een schip een lange seismografische kabel met zich mee. De lengte daarvan wordt gemarkeert met virtuele AIS boeien. Wel te zien op Isailor, niet te zien op Weather4D, maar dat kan ook aan een instelling liggen.

Joost doet de routering op de Ipad met Weather4D. Dat wilde ik ook graag leren en heb daarom ook deze App aangeschaft. Zo’n leermeester bij de hand scheelt gewoon een week puzzelen. Met zijn hulp had ik het dan ook al snel aan het draaien. Er zijn best veel instellingen te doen maar het lukt al vrij snel om een routering te doen. Daarvoor is de polar van Norna Biron ook in mijn app gekopieerd. Het enige is dat de track van mij en die van Joost op zijn Ipad nogal van elkaar afwijken. Dat is raar, het zal wel aan de instellingen liggen maar het geeft mij wel een eerste gevoel van wantrouwen. Het wordt er niet beter op als het daarna helemaal niet meer lukt. Het starten van de routering geeft een error. Ik kom er niet uit, alles geprobeerd, handleiding van voor naar achteren en weer terug bestudeerd, nada. Maar ook Joost komt er niet uit. Het doet het ergste vermoeden, opnieuw installeren maar dan ben ik ook alle kaarten kwijt. Dat was wel een paar avonden werk om die goed erin te krijgen. En een goede Wifi verbinding. Balen.

Het diner wordt vandaag verzorgt door Edmond met een heerlijk Risotto. Gekookt voor 2 dagen, dus de kok morgen heeft het makkelijk.

Dinsdagochtend rond 6 uur schuiven we het `Claymore Oil Field voorbij. Het schiet al op en de wacht krijgt het makkelijk met alleen nog maar zee voor zich zonder obstakels tussen hier en Fair Isle Channel. De salon wordt een prettiger wachtplek dan de natte kuip. Leve de vooruitgang 😉

Het probleem met de routering in mijn Ipad heeft Joost ook bezig gehouden en komt triomfantelijk melden dat-ie-het-weer-doet, maar met een polar van een X37. Een paar polars worden in het programma meegegeven, o.a. die van een Hanse en dus ook deze X. Daar werkt het prima mee, het probleem zit kennelijk in de polar van Norna.

ASSUMPTION IS THE MOTHER OF ALL FUCK-UPS !

Natuurlijk geeft de handleiding allerlei oorzaken van de error. Één daarvan zit in de polar settings. Maar dat is toch een kopie van de werkende polar uit de Ipad van Joost. Dat kan het niet zijn. Wel dus ….

Maar het werkt en ik kan naar hartelust oefenen. Het lukt al snel om een grib van de Iridium satelliet te downloaden. Machtig is dit. Een andere leuke verrassing van Weather4D is de grafische weergave van de CPA. De te verwachten kortste afstand bij het passeren van ons bootje met dat van de vijand wordt aangegeven met een stippellijntje tussen de verwachte posities van beiden ten tijde van de kortste afstand. Erg mooi.

We koersen zo’n beetje midden op de Orkney’s af. Tussen de eilanden door is geen optie vanwege de te verwachten harde tegenstroom. Ook de wind is inmiddels zodanig afgenomen dat de voortgang van Norna richting de 2kn gaat. Tijd voor een koersverandering en de motor bij. Als het een beetje meezit ronden we de Orkney’s met stroom mee. En het zit mee. De 4G boei vinden we ter hoogte van Dennis Head in het uiterste Noordoosten van de Orkney’s. Er is even contact met het thuisfront en ik kan een verslagje naar het ZF sturen.

Norna Biron naar de Faeröer (4)

Zojuist heb ik het boek ”Terug uit de witte hel” uitgelezen, over hoe poolreiziger Sjef van Dongen een nationale held werd. (ISBN 978 94 600 3-74 1 Uitgeverij Balans) Aanrader! Het onthult in een spannend verhaal hoe Nederland een poolheld kreeg. Maar ook hoe een held wordt gemaakt door de schrijvende media die de overdrijving niet schuwing en waarheid en fictie straffeloos hand in hand laten gaan.

Inmiddels neemt de wind toe tot stormachtig. De matige wind van de afgelopen dagen heeft nog geen deining laten ontstaan, maar de genadeloos toeslaande en snel opbouwende windgolven geven Norna er flink van langs. Ondanks haar 30 ton kijken we al regelmatig door de kajuitramen onder de golven. Terwijl de Kluiver al veel eerder is ingerold en er al één rif in het grootzeil zit zucht Norna onder de nu snel toenemende wind. De windmeter gaat al dik over de 40 knopen, Bf9. Verrast door de heftige storm moet er nu veel dieper gereefd worden. De nietigheid is bij allen voelbaar in dit spel der grote, blinde elementen en natuurkrachten.

Mijn wacht was zwaar, nat en koud en ik verlang naar mijn kooi. Maar eerst moet er nog dieper gereefd worden om Norna weer meer in balans te brengen met de natuurkrachten. Net als iedereen het zwaar weer oliegoed heeft aangetrokken en we de zeilen willen innemen zien we water boven de vloer. Zeewater spuit langs alle kieren en gaten omhoog de kajuit in. We zijn lek! Alle hens onderdeks. De motor en accu’s staan al onder water en door de heftige bewegingen van Norna loopt het zeewater nu vrijelijk over de kajuitvloer. De bemanning raakt niet in paniek, gewent als we zijn om plotselinge nood situaties het hoofd te bieden. Maar actie is nodig om niet met de 30 ton staal ten onder te gaan. De paar lenspompjes halen niets uit. Norna moet minstens 6 ton zwaarder zijn geworden voordat het water de diepe bilge heeft gevuld en boven de vloerdelen kan uitkomen.

Buiten is het inmiddels een heksenketel geworden. Er staat veel te veel zeil voor de inmiddels tot bf10 toegenomen wind. Het gereefde grootzeil, weliswaar ver uitgevierd, wordt gegeseld door de wind en de verstaging alwaar ze zich omheen probeert te krullen. De witte schuimkoppen waaien van de golven af en benemen het zicht bovendeks. Maar daar heeft de bemanning nu even niets te zoeken, we moeten Norna drijvende houden. Het doet zeer om haar zo aan dit natuur geweld over te laten. Tot overmaat van ramp ligt er ook nog een schip op ramkoers, CPA 20m, maar pas over 30 minuten. Opzouten joh, wij hebben voorrang! Hopelijk begrijpt die Oosteuropese dan wel Fillipijnese stuurman wat we van hem verlangen. Debielen zijn het, vaak.

Uit het vooronder komt een zware klokpomp met dito slang. De slang is van brandweer formaat en leiden we door één van de kajuitraampjes naar buiten. Om de slang in bedwang te houden binden we hem vast aan dek. De druk van het opgepompte water maakt van de platte brandweerslang en nauwelijks nog te hanteren stijve paal die terug naar binnen wil. De pomp doet het goed. Bij toerbeurt hangen we op de kop in de bilge boven en onder het van diesel, vet en olie verzadigde water. Één houdt de voeten van de ander vast, de ander begeleid de brandweerslang zo goed mogelijk richting het kajuitraampje aan lij. De pomp moet begeleid worden en los drijvende rotzooi moet worden afgevangen voordat de pomp verstopt. Soms gaan we vrijwel plat en komt er net zo veel water door het geopende raampje naar binnen als dat de pomp afvoert. De man in de bilge wordt bij toerbeurt afgelost om dan de voeten van de ander vast te houden en tegelijk de maag te legen. De geur en de verticale positie van het lichaam zal voor elke doorgewinterde zeerob genoeg zijn om stront misselijk te worden. Wij doen daar niet voor onder, behalve Joost, die heeft nergens last van, maar daar is die dan ook de schipper voor. Één van ons haalt steeds de emmer niet en leegt de maag gewoon in de bilge. Geeft niet, het vermengd snel met de andere smurrie en wordt wel weer weggepomp.

Na een tijd die eindeloos lijkt te zijn zien we nu toch het waterpeil dalen. Als het water zich tot de diepere delen van de bilge heeft terug getrokken gaat het snel en komt de bodem in zicht.

In de tussentijd speuren we naarstig naar het lek, wat we niet kunnen vinden. We verdenken de doorvoer van de schroefas. Het water dat nu nog binnen komt is makkelijk met de bilgepomp bij te houden.

Nu dit onder controle is gaan Joost en Edmond aan dek om de zeilen dicht te reven. Ze kunnen zich in de woestenij nog maar net en met moeite staande houden. Vanachter de vaste buiskap houd ik de mannen in de gaten om eventueel snel te kunnen ingrijpen in geval van een calamiteit. Praten of schreeuwen is zinloos. Het gehuil van de wind is oorverdovend en overstemt alles. Onze communicatie gaat met de universele handgebaren. Het nieuwe grootzeil blijkt onwaarschijnlijk sterk te zijn en heeft de geselingen van de storm tot nu toe goed doorstaan. Het afwikkelen van de steekbout neem ik niet meer waar. De bovenmenselijke inspanningen vereisen hun eerste slachtoffer. Mijn laatste wacht heeft zijn tol geeist en ik zit inmiddels ook al ruim in de noodzakelijke rusttijd. Het is mooi geweest zo, en zoek mijn kooi op om mij op de volgende taak te richten. Luisteren naar het lek. (Vrij naar Albert 45 😉

Norna Biron naar de Faeröer (5)

Na dat hachelijke avontuur met te veel, water, te veel wind, en meer dan prettig pompen concluderen we nu dat het lek boven water is. Met het aandraaien van de pakkingsbus op de schroefas is het grootste leed nu wel geleden. Maar het blijft met 10A op de windmolen wel flink doorwaaien.

Joost is een meester in het doceren van kleine geluksmomentjes. Met een toespraak en officiele handeling verstrekt hij mij de afstandbediening van de stuurautomaat. Tot nu toe was die nog niet boven water gekomen, doch de wachten spelen zich meer en meer af in de warme salon van Norna ipv haar koude en natte kuip. De wachtleider kan dus nu ook vanuit de salon sturen, met een goed boek op schoot. Dat komt ook goed uit, het is merkbaar kouder geworden en de oceaan wordt leger en leger. Ook ik laat de kans op een officieel momentje niet aan mij voorbij gaan door aan het eind van mijn wacht en met een officiele handeling, het overdragen van de afstandbediening van de stuurautomaat, het commando over Norna Biron aan Edmond over te dragen.

Om de één of andere reden ontstaan kleine ongemakken altijd tijdens mijn wacht. Het begint op te vallen. Ook nu weer in de laatste nacht op zee. Alhoewel nacht, echt donker wordt het hier niet meer. De stuurautomaat vertoont opnieuw kuren en ik moet weer met de hand gaan sturen. Gelukkig komt Edmond mij helpen. Het laatste stuk naar Tórshavn moeten we met de hand sturen. Het venijn zit in de staart zeggen ze wel eens. Dat is nu eigenlijk ook wel. Het is ineens een stuk kouder geworden en de wind blijft met 10A flink doorstaan.

Donderdagochtend 10.30 komen we aan in Tórshavn. De per telefoon gewaarschuwde politie verschijnt op de steiger in de vorm van twee aller aardigste agenten in uniform. We stellen ons voor als brave en gehoorzame dubbel gevaccineerde Hollanders maar, zo blijkt, kunnen toch niet ontkomen aan een PCR test. Elke buitenlandse bezoeker moet dat namelijk ondergaan alvorens zich met de lieflijke Faeröer bevolking te mogen mengen. De afspraak is digitaal zo gemaakt maar we kunnen pas morgenochtend getest worden. De uitslag zal dan voor het eind van de dag bekend raken. Maar twee dagen de wal niet op mogen is ook weer geen fijn vooruitzicht.

Met respect voor de formele regels, we zijn immers te gast in dit mooie groene eilanden rijk, vragen we aan het gezag op de steiger hoe we hier mee om moeten gaan.

“Ach doen jullie nou maar gewoon voorzichtig op straat en respecteer de 2m afstand tot anderen. Trouwens, willen jullie nog een stempel in je paspoort ?”.

Ja natuurlijk willen we dat en hij zegt er bij dat als we weer weg gaan we ook weer een dikke stempel kunnen krijgen, als we willen. Wat een feest toch weer en er komt een grote stempel te voorschijn die met het potdeksel als stevige ondergond een ferme afdruk op de nog maagdelijke paspoort bladzijde achter laat.

We gaan Tórshavn verkennen en het wordt al meteen nog leuker, althans voor mij als enig monarchist in het gezelschap 😉

We ontmoeten koningin Margrethe II van Denemarken op de stoep van haar hotel, alhoewel ze niet speciaal naar buiten is gekomen om ons te verwelkomen. Zij is de vijfde monarch uit het huis Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg, dat sinds 1863 over het Deense koninkrijk regeert, dus ook over de Faeröer. Wij Hollanders dragen haar uiteraard een warm hart toe omdat ze immers ook de doopmeter van onze eigen koning Alex is.

Ze draagt de Faeröer klederdracht. Natuurlijk doet ze dat. Ze wil als ultiem afgezant van het Deense rijk de nationalistische beweging op de Faeröer niet al te veel voor het hoofd stoten. Immers de onafhankelijkheidsdiscussie wordt binnen de Faeröerse samenleving al tientallen decennia gevoerd, waar Faeröes de eigen taal is en Deens de tweede taal. Als een Faeröezer een Deen spreekt schakelt hij/zij over op Engels om maar duidelijk te maken dat hij/zij zich geen Deen voelt. Men ziet zichzelf als een natie met alle daarbij horende symbolen, zoals bijvoorbeeld een eigen vlag, volkslied, een eigen voetbalteam, eigen bankbiljetten en eigen nationale feestdagen zoals Flagdaggur of Ólavsøka63.

De huidige welvaart is echter ook te danken aan de financiële ruggengraat wat Denemarken ook voor de Faeröer betekent. Niet iedereen is overtuigd van de noodzaak tot afscheiding en het schijnt zo te zijn dat de Faeröer bevolking daar in ca. fifty-fifty verdeeld is, hetgeen de besluiteloosheid en de huidige status-quo mede verklaart. Als we de twee lieftallige dames in het museum er naar vragen wordt er wat besmuikt geglimlacht. De jongste van de twee is als enige in haar vriendenclub op de Faeröer achter gebleven, de anderen, vooral vriendinnen, zijn vertrokken naar Kopenhagen voor meer kansen in opleiding, carrière en relaties. Er is op de Faeröer dan ook een vrouwen tekort en import uit Aziatische landen als Filipijnen en Thailand is heel gebruikelijk.

Margrethe II laat zich toewuiven door het volk op het plaatselijke dorpsplein, toegesproken door notabelen uit de gemeenschap en toegezongen door het gemengde koor, allen in klederdracht. Een koor overigens dat we eerder betrapten in een zij steegje alwaar de kelen alvast werden opgewarmd met het toezingen van een jarige onder de koorleden. Corona schijnt hier niet te bestaan, er wordt door de alom aanwezige agenten niet gehandhaafd op afstand en mondkapjes bestaan hier niet. De sfeer is uitgelaten en gezellig, zo op het dorpsplein met de koningin als middelpunt.

De PCR testlocatie is de volgende dag nog een flink eind wandelen, anders dan de 5 min. die ik in mijn hoofd had. Kennelijk hebben we op de website een ander adres ingetikt dan de locatie op de haven vlak naast ons.

De volgende ochtend staan we als Corona verdachten al vroeg in een lange rij voor een smal deurtje. Het is de entree van de test locatie. Gewoon in een rij, niet op afstand of zo. De reeds getesten moeten door dat zelfde deurtje weer naar buiten. Ik denk zo maar dat dit een perfecte Corona hot-spot kan zijn. Binnen wordt de test afgenomen door serieus ingepakte laboranten, het wattenstaafje gelukkig alleen maar in de keel duwend en niet in de neus. Het is mijn eerste test ervaring en met uitzondering van wat kokhals neigingen ook niets om je druk over te maken. Vanuit mijn oude professie doet de hele entourage mij denken aan een bewoonde asbest verdachte locatie, waar de dik ingepakte asbest onderzoeker in het gezelschap van mama, papa en de kinderen zijn monsters neemt.

In de verte diep beneden in het dal wijst Joost ons op een klein museumpje met haventje. Natuurlijk moeten we daarheen en natuurlijk zoeken mijn ervaren metgezellen cq. bergbeklimmers bij voorkeur de ongebaande paden op om daar te komen. Lekker als je denkt aanvankelijk maar 5 min. te hoeven lopen naar de dichtsbijzijnde testlocatie en niet naar een testlocatie aan het andere eind van de stad en daarom noch geschikt schoeisel noch geschikte (regen)kleding hebt aangetrokken. Lang verhaal kort, eind van de dag ! zijn we weer terug bij de boot en kan ik de zeillaarzen uittrekken om mijn inmiddels pijnlijke tenen weer de ruimte te geven. Het nieuwe bij de CIV in Den Oever gekochte fleecevest blijkt toch ook nog behoorlijk waterdicht te zijn. Een meevaller.

Zaterdag klusdag, buiten waait het 3A. Walstroom hebben we niet nodig, dat is iets voor Duitsers en andere zondagsvaarders. Hier verzorgen twee zonnepanelen en de windmolen voor de nodige energie. Zowel tijdens de vaart als hier in de haven is het energienivo van de accu’s nog niet onder de 99% geweest. Heerlijk is dat, geen zorgen over stroom aan boord.

De onderdekse Autohelm drive kent voor ons inmiddels geen geheimen meer. De overbrenging tussen motor en stuurkracht kent, behalve de tandwieltjes en tand kransen, een drietal essentiële bevestigingspunten van het mechaniek. Eén daarvan hebben we, na het bezwijken daarvan, opgelost op Norna’s delivery reis van Griekenland naar Nederland, inmiddels al weer twee jaar geleden. De reparatie cq. modificatie van toen is beter dan nieuw. De andere nog wel originele bevestiging van een tweede tandkrans met 4 schroefjes ziet er nog prima uit. Dit keer is het de pin tussen as en de planetair tandwiel basis die het heeft begeven. Mag ook wel, na 25 jaar gebruik. Het is een gerold asje. We bediscussiëren de vervanging, bijvoorbeeld door het op de draaibank afdraaien van een RVS bout. Dit plaatselijk uitbesteden is natuurlijk onze eer te na en met de draaibank aan boord moet het immers ook lukken. Behalve dan dat we die draaibank eerst nog even moeten bouwen, waarvoor de nodige creativiteit al snel naar boven komt borrelen.

Een veel eenvoudiger alternatief is het zoeken naar een passend boortje in de borendoos. Als die is gevonden is het inkorten daarvan nog het enige dat rest om een passend pinnetje te creeeren. Uit de diepe krochten van Norna komen verder nog de nodige nieuwe Autohelm onderdelen als tandwieltjes en tandkrans om de Norna bemanning weer uiterst gelukkig te maken. Het machientje snort weer als nooit tevoren 🙂

Er is nog meer te doen. Schroefas, smeernippels, luiken, kitten, gasfornuis, WD40, ducktape, etc. De bemanning van de Norna Biron kan een tomeloze energie niet ontzegd worden. Soms heb ik de neiging om het teveel aan energie te laten wegebben door stil in een hoekje te gaan zitten en te wachten tot dat weer over gaat. Maar niet aan boord van dit schip, de zweep gaat erover om ook maar enige vorm van muiterij bij voorbaat af te straffen.

Zondag rustdag ?

De aankondiging van de schipper tot het gaan preken van enkele stichtelijke woorden op de zondagochtend doet het ergste vrezen. Mijn opvoeding gebied mij om te komen luisteren als het Angelus geluid wordt waarbij ik geen bezwaar heb tegen de scheepsbel als alternatief.

Na 4 nachten Tórshavn zijn we zojuist weer vertrokken. Even lekker zeilen.

We liggen weer vast, dit keer in Hvannasund temidden van een overweldigend landschap.

Wat verlate happy hour maar de moeite waard.

Vissers zwaaien ons tegemoet.

Hvannasund, een lieflijk klein gehucht aan de voet van een imposante scenary.

Nog even een paar sfeer foto’s omdat ik het niet kan laten.

Norna Biron naar de Faeröer (6)

Zoals je je de Faeröer in je dromen voorstelt. We hadden gisteren een fijne zeiltocht in een adem benemende omgeving en zijn gisteren aanbeland in Hvannasund, een haventje met een paar huisjes en kerk midden in de gelijknamige sund. Verder varen gaat niet want de sund is door middel van een dam in tweeën verdeeld.

Hvannasund bij nacht, echt donker wordt het hier niet meer.

Vandaag, Dinsdag 20 juli, ik heb een nieuw woord geleerd dankzij het ZF medium, Walstromers. Aangezien wij hier de enige zondag zeilers zijn is er verder niemand die ons daarvoor kan aanzien als we ons ook nog als Walstromer verkleden. De hike bestemming voor vandaag is de meest noordelijke berg van de Faeroër, Villingadalsfjall die ook zijn imposante vorm geeft aan de meest Noordelijke kaap van de Faeröer, Enniberg. Aan de voet van de Villingadalsfjall ligt het dorpje Viõareiõi, bestaande uit niet meer dan een paar huizen en een kerkje, nog kleiner dan Hvannasund, maar is wel de hoofdstad van de Noordelijke Faeröer.

De bus chauffeur, kennelijk bekend met Walstromers, neemt ons helaas niet mee maar al wandelend naar het 8km. verderop gelegen Viõareiõi wordt de duim van Edmond toch beloond met een lift van een vriendelijke en wat oudere bewoonster van Viõareiõi.

De beklimming van de Villingadalsfjall is voor deze ongeoefende klimmer nog een flinke beproeving waarbij de overbodige Corona kilo’s zich flink laten voelen. De wolkengrens is voor mij genoeg ver en hoog en het moment om weer aan de afdaling te beginnen. Edmond zet (als geoefend klimmer) door en bereikt de top en de kaap.

Foto’s vertellen meer dan woorden.

Onderweg noordelijkste punt Faroer, hierboven het filmpje van boven, hieronder de foto vanaf zee :

Nog een paar sfeerplaatjes bij het ronden van de meest noordelijke kaap van de Faroes.

Van Hvannasund buitenom naar Klaksvik.

Norna Biron naar de Faeröer (7)

Vrijdag 23 juli. Na eerder een nacht in Klaksvik gelegen te hebben zijn we nu op het 213 zielen tellende eiland en haventje Nólsoy. Kennelijk hebben de Faeröer uitstekende aarde om goede roeiers voort te brengen. Natuurlijk, hier worden beenspieren gekweekt, niet één weg of pad loopt vlak, het is steeds klimmen of dalen. Was Hvannasund de geboorteplaats van Livar Nysted, record houder oceaan roeien, hier op Nólsoy is Ove Joensen de plaatselijke held die hiervandaan in z’n eentje in 1986 naar Kopenhagen is geroeid. Zijn roeiboot, Diana Victoria, staat uitgestald onder het VVV kamertje.

Opvallend is de vriendelijke bevolking, niet alleen hier maar op heel de Faeröer. Hulpvaardig en altijd in voor een praatje. Al met een beetje zon zie je de mensen daar van genieten en trekken ze zich terug op een bankje of hoekje om maar niets van de zomstraling te missen.

Er was eens een schone Schotse prinses die naar dit zo vredelievende eiland vluchtte. Zo begint de sage. Ze moest vluchten voor haar vader, aangezien ze het nog ongeboren kind van zijn grootste vijand droeg. Echter de Schot ontdekte dat ze zich beiden hier op Nólsoy hadden gevestigd en kwam achter haar aan. Ze verborg de vader van haar kind en zei haar vader dat hij eerst haar en haar kind moest doden voordat hij bij hem kon komen. Daarop ontdooide de woeste Schot en stond hen toe verder in vrede op dit lieflijke eiland te leven.

Het was ook de periode waarin het Fiskejeppen ontstond, een woeste sport waarmee het einde van de Grindadráp werd gevierd. Met scherpe walvishaken moest een dolfijn of kleine griend op de boot van de ander gedeponeerd zien te worden. In zulke duels ging het er hard aan toe, hoe minder man aan boord hoe makkelijker het werd voor de tegenstander om zijn doel te bereiken. De boot werd met hand, tand en vishaak verdedigd als ook gepoogd werd om de vis van de ander afhandig te maken. Met de vis aan de haak werd dus ook geprobeerd de bemanning van de tegenstander uit de boot te meppen.

In de Noord Atlantische ocaan, dus ook de Faeröer, waren toen ook beruchte piraten actief. Naast kostbaarheden werden bewoners van zowel IJsland als de Faeröer gevangen genomen en als slaven verkocht. Met name de zgn Turken werden daarom gevreesd. Echter, het waren geen Turken maar tot de Islam bekeerde Hollanders. In die tijd werden alle moslims immers Turk genoemd. De ergste waren Jan Janszoon van Haarlem (Moerad) en De Veenboer (Soliman Raïs) die met hun handeltje succes hadden in het midden oosten. Daar waren de sterke Faeröezer mannen en, vaak tandeloze, vrouwen, rechtstreekse afstammelingen van de Vikingen, gewilde slaven. Natuurlijk namen ze ook hun sport mee naar de woestijn alwaar het muteerde tot het Buzkashi.

Van dit alles en de roemruchte historie is hier nog maar nauwelijks iets van te vinden. Alhoewel het Fiskejeppen als barbaarse sport al lang is uitgestorven vindt de Grindadráp nog steeds plaats. Barbaars in de ogen van de PvdD aanhangers, een culturele erfenis van de Faeröer voor de ander. Feit is dat deze niet meer commercieeel plaats vind en de opbrengst gratis onder de bevolking wordt verdeeld. Het zal nog niet meevallen om een land te vinden dat zo nauw met de natuur is verweven dan de Faeröer.

Overigens hebben Joost en ik gisteren wel een walvis gegeten. Best lekker, maar veel……

Norna Biron naar de Faeröer (8)

We zijn inmiddels in Vágur beland na een mooie overtocht vanaf Nölsoy.

Alhoewel enig anarchisme de bemanning van Norna Biron niet vreemd is, besluiten we toch maar ons opnieuw te onderwerpen aan een PCR test. We willen naar Scalloway op de Shetland eilanden. Om de UK binnen te komen is dat namelijk verplicht. De test mag niet ouder zijn dan 3 dagen. We staan daarom vroeg op om de bus naar Trongisvágur te nemen. Ondanks dat we al bijna 3 weken op Norna bij elkaar zitten, is er bij het ontbijt nog genoeg te lullen om de bus op een haar na te missen. We wachten nog een kwartiertje in de hoop dat de bus verlaat is maar helaas. De volgende gaat pas over twee en een half uur, tijd zat dus maar komen dan wel te laat voor de afspraak die we digitaal met de testlocatie in Trongisvágur hadden gemaakt.

We houden Amsterdam tijd = boordtijd aan. Daar is wel eens wat discussie over zo van “hoe laat is het nou” omdat sommige tablets en smartphones een eigen willetje hebben en steenvast de local-time aangeven.

Ho, wacht ff, wie zei ook al weer hoe laat het was. Aha, uurtje vergist dus, het is hier een uurtje vroeger, en even later zitten we toch nog in de bus naar Trongisvágur. Google maps laat ons de precieze locatie van onze afspraak zien, 2 km. terug lopen vanaf de bus stop. Een vriendelijk verzoek aan de chauffeur laat de bus stoppen precies daar waar we er uit willen.

Twee dames in ruimtepak staan ons al op te wachten. Meer clandizie is er ook niet, zo te zien, in deze uitgestorven uithoek van Trongisvágur. Buiten op de picknick bank wordt bij ieder van ons de tongspatel diep in de keel gestoken waarna het wattenstaafje volgt en nog een eindje dieper gaat. Gelukkig weer niet in de neus. De één moet nog net iets harder kokhalzen dan de ander. Zo jammer, geen foto genomen.

Het lijkt ons handig, gezien de strenge toelatingseisen voor de UK, ons paspoort nog te laten voorzien van een uitreis stempel en wandelen daarom naar het 3km verderop gelegen politiebureau. We zijn wat vroeg, het bureau is nog dicht en gaat pas om 10.00 uur open. Het bakkertje in de buurt voorziet ons van een broodje met koffie. De bus terug naar Vágur gaat om 10.35 uur, de volgende pas om 14.50 uur, dus het is wel zaak om die te pakken om niet een halve dag hier te verspelen. 9.45 hebben we al post gevat bij de entree van de “Politi” en een vroege medewerkster is zo vriendelijk ons al binnen te laten. De vraag over het uitreis stempel overvalt haar, niet wetende wat ze er mee aan moet. In een kamer ernaast wijst Joost op een burau met minstens 15 stempels, keurig in gelid. Één daarvan zal toch wel de goede zijn maar ze durft het niet aan. De geuniformeerde collega die ze heeft opgeroepen krabt zich ook eens onder de pet. Kennelijk is onze vraag toch niet zo gangbaar als we dachten. Er worden wat telefoontjes gepleegd en een paar stempels geprobeerd op een blaadje. Kennelijk is de juiste gevonden en zichtbaar opgelucht vraagt hij om onze paspoorten. Drie dreunen, hij kijkt er nog eens goedkeurend naar en geeft ze dan triomfantelijk aan ons terug. Hij zegt er nog wel bij dat we dan toch wel vandaag weg moeten gaan. Dat beloven we.

We zijn op tijd terug voor de bus.

Ons tot nu toe brave burgerschap lijkt nu toch geweld te worden aangedaan door de verdere UK toelatingseisen mbt Corona en Customs. De jungle aan regels is lastig te ontwarren. Positief is dat we als Hollanders niet uit Holland komen maar uit de Corona groene Faeröer. Dat verplicht ons nog maar tot een 2 dagen test in de UK zonder quarantaine verplichtingen en uitgaande dat we tegen die tijd een negatieve PCR uitslag uit Trongisvágur hebben ontvangen. We struikelen echter over het “passenger locater form” van de gov.uk dat voor vertrek ingestuurd moet worden. Het formulier is niet ingericht voor vervoer per eigen boot en onze bestemming Scalloway kan ook al niet worden ingevoerd.

Voor de verandering krijgt een collectief anarchisme aan boord nu de overhand. We gaan, in Scalloway zal de negatieve test wel ontvangen zijn, we doen de Scalloway inwoners geen kwaad en de rest laten we over ons heen komen.

En zo gebeurt het.

De overtocht is erg rustig en biedt mij de gelegenheid om de bijna 800 pagina’s dikke thriller “I am Pelgrim” uit te lezen. De oversteek wordt beheerst door lichte ruime wind en mist. Op de AIS zie ik recht vooruit een visser verdwijnen. Zou die zijn AIS hebben uitgezet? Op de rader zie ik niets, buiten ook niet maar daar is het maar 50m zicht, of zoiets. Afstand is nog een mijl of 10 en net nadat ik vind dat het mij niet helemaal lekker zit verschijnt er weer een AIS icoontje. Ik verdiep mij weer in hoofdstuk 32 van De Pelgrim.

Na een voorspoedige ruimwindse tocht vanaf Vágur op het zuidelijkste Faeröe eiland, Suðuroy, zijn we gisteravond rond 24.00 uur aangekomen in Scalloway op de Shetlands.

Uitgeslapen aan de steiger van de Scalloway Boat Club belt Edmond de Customs. Het lijkt erop dat de vriendelijke ambtenaar aan de andere kant van de lijn plichtsgetrouw zijn checklist met vragen afwerkt en ons verder vriendelijk bedankt voor het telefoontje. That’s it, geen bezoek, geen verdere verplichtingen en de gele Q-vlag kan weer naar beneden.

Aan het steigertje in Scalloway liggen 2 jachten, wij en een Zwitser met een Corsair 31 trimaran. Hij blijkt de tri in de US gekocht te hebben en is via Groenland, IJsland en de Faeröer nu op de Shetlands beland. Best een imposante tocht voor zo’n kleine tri. Hij is blij dat we de Q-vlag hebben weggehaald. Hij voert geen vlag, laat staan de Q-vlag.

Een poging om de verplichte PCR test te boeken strand op de logistiek. Daarbij, hier is niemand, hier komt niemand, niemand heeft interesse in ons, het is hier verlaten. Op twee jachtjes na.

We laten het er maar bij. Aansluitend aan een bezoekje aan het Scalloway museum nemen we de bus naar Lerwick. We moeten weer ff wennen aan die lastige maar verplichte mondkapjes.

Wat een feest van herkenning zou moeten worden lost op in de grijze mist en regen. Er ligt niet één jachtje in de haven, uitgestorven is het, de straten nat en leeg, ondanks de eeuwig wapperende feest vlaggetjes die nog enige vreugde zouden moeten brengen. Jammer, treurigheid alom, ik koester mijn betere herrinneringen aan Lerwick.

Morgen naar Noorwegen.

Norna Biron naar de Faeröer (9)

Donderdag ochtend wandel ik naar het lokale supermarktje. Ik ben er precies op tijd. Het gaat om 8.00 uur open en hoewel het aanbod niet heel breed is kan ik wel de verse groenten aanvullen. De happy hour voorraad wil ik ook nog aanvullen en terwijl ik een treefje lekkere biertjes in mijn karretje wil leggen wordt ik streng terecht gewezen. Er mag geen alcohol verkocht worden voor 10.00 uur. “It’s the law!” verontschuldigd de supermarkt mevrouw zich, alhoewel ze er wel erg streng bij kijkt.. Jammer, hoewel ik er eerlijk gezegd wel een beetje tegen de zwaar beladen terugtocht naar de boot op zag. Het karretje ligt immers al aardig vol.

De overtocht naar Noorwegen belooft een rustig tochtje met een fris bakstagwindje te worden. Alleen op het eind bij de Noorse kust kan er wat meer wind zijn tot 30kn, maar nog steeds ruim van achteren. In mijn nachtwacht ontmoet ik een grote tanker op een schuine tegenkoers. Ik zie dat hij zijn koers heeft aangepast tot parallel, maar tegengesteld, aan de onze. Het is te heiig om hem al te zien. Bijna dwars verlegd hij alweer zijn koers om daarmee met een grote boog achter ons langs richting NO te verdwijnen. Kortste afstand is niet minder dan 1nm geweest. Best wel imposant om te zien hoe zo’n joekel van een tanker ons uit de weg gaat.

De rechtstreekse koers naar onze bestemmimg in Noorwegen is zeiltechnisch niet zo fijn. We sturen een meer noordelijke koers om de zeilen vol te houden met de verwachting dat de wind later gaat ruimen en we kunnen meedraaien. Welke bestemming? De opties zijn legio, Skudeneshavn, Stavanger, Tananger of nog verder zuidelijk doorvaren naar Egersund om misschien wel Kirkehamn, allemaal leuk. Tijdens happy hour op de Vrijdagmiddag wordt besloten naar Utsira te gaan, een klein ruig eilandje voor de kust. We zouden dat zelfs nog voor donker vanavond kunnen halen.

Utsira biedt een douche met een verstopt afvoerputje. Nou ja, we zijn iig weer schoon en de haartjes gekamd. Een klein hopje verder, zo’n 30 mijl, ligt Skudeneshavn en besluiten dat het de laatste Noorse haven zal zijn voordat we de thuisreis aanvangen. Op alleen het stagfokje hobbelen we er heen bij een stevige wind, 7-8A. Het laatste stukje scharrelen we wat tussen de rots eilandjes terwijl de wind af en toe tot 10A toeneemt. Althans volgens de windmolen. Een stroomkabel naar de vuurtoren belet ons op het laatste moment de doorgang. Kort bij gekomen lezen we op een bordje 20m. doorvaarthoogte. Hmm, we komen iets te kort en moeten alsnog helemaal rond de kaap en vuurtoren.

Skudeneshavn is weer een prettig weerzien. De White Haze, een Robert Clark klassieker die inmiddels wel alle uithoeken van de aarde heeft gezien, ligt er ook. Ada en Akko hebben er inmiddels meer dan 100.000 mijl met haar opzitten en ondanks dat en haar 60 jaar ziet ze er smetteloos uit. Leuk om het enthousiasme over IJsland uit Ada’s mond te horen. Dat land staat immers ook nog op ons wensenlijstje.

Morgen, Zondag, vertrekken we naar Nederland, een goed moment om de plaatselijke horeca weer eens met een bezoek te vereren. Veel keus is er niet. Een Bistro met witte tafellakens en glanzend gepoetste wijnglazen ziet er in onze conditie nou niet heel uitnodigend uit, dus wordt het de afhaal pizzeria waar je ook nog kunt zitten.

De ontbijt pizza gaat mee in de doggy-bag.

Norna Biron naar de Faeröer (slot)

Zondag 1 augustus, vertrek voor onze laatste 3 daagse overtocht van Skudeneshavn naar Lelystad.
Als de laatste rotsen van Skudeneshavn achter het kielzog verdwijnen, pakken we het ritme van de meerdaagse overtochten weer snel op.

Unaniem zijn we het erover eens dat dit toch veel leuker en meer ontspanning geeft dan kortere tochten. Het is een andere manier van zeilen. Het is reizen met een zeilboot. Ons wachtsysteem van 3 uur op en 6 uur af geeft veel regelmaat en rust. Mits de zeegang tenminste meewerkt en dat is de eerste dagen en nacht bepaald niet het geval.

Met een achterlijke wind van zo’n 30 kn. en alleen op het stagfokje leeft Norna zich uit op waar ze ook heel veel plezier aan beleeft, rollen. Ze kan dat als de beste. Soms bijna van boord tot boord. Leuk om door de rompraampjes naar de vissen te kijken maar slapen wordt daardoor dan toch wat problematisch. Inmiddels heb ik elk hard plekje in mijn kooi wel ontdekt en doordat lichaam en inwendige organen continue in beweging zijn is vast in slaap raken, zonder uitgeput te zijn, vrijwel onmogelijk. Het is meer een kwestie van rusten ipv slapen.

De volgende twee dagen neemt de wind gestaag af, evenals de zeegang en kan er weer voldoende slaap ingehaald worden. Een film kijken of boek lezen zijn de favoriete bezigheden tijdens de wacht. Alhoewel het hier nog best druk met de scheepvaart is. We zeilen lange tijd vrijwel parallel aan de route TSS Vlieland-Skagerak. Zowel tegenliggers als meeliggers. Overigens is het opvallend dat de grote scheepvaart langzamer lijkt te varen dan in het verleden. Lijkt, het kan ook toeval zijn.

Woensdagochtend, 4 augustus. De laatste nacht op zee is prachtig. Op een spectaculaire zonsondergang volgt een heldere sterrenhemel, de eerste van de hele reis. Andere nachten waren of te bewolkt of te licht of beide. Behalve de prachtige heldere nacht is het ook een stuk warmer geworden.

Het witte licht dat vooruit aan stuurboord verschijnt houd ik aanvankelijk voor een visser zonder AIS, de boef. Er zit echter maar weinig beweging in om na een tijdje toch maar eens op de kaart te kijken. Ha, het is het L9-FF-1 platform van de NAM dat zo al van verre zichtbaar is. Dat schiet al lekker op. Vlakbij gekomen laat ik Norna een graad of 30 naar bakboord afbuigen om vervolgens de shippinglane netjes haaks over te kunnen steken. Dat laat ik aan Edmond over die, nadat hij de slaap uit de ogen heeft gewreven, al direct wordt geconfronteerd met een stuk of 6 schepen die uit de Oost op ons af komen met, vooralsnog, een kleine CPA. Dat is lekker wakker worden. Voor de verandering is het hier nu weer eens druk met scheepvaart die eerst uit het oosten komt en daarna uit het westen. Ik ga slapen maar ben paraat als er ondersteuning nodig is.

Wakker maken gebeurt pas op het moment dat we de Blauwe Slenk invaren. Edmond is ook al weer een uur of drie in dromenland en Joost heeft ons inmiddels het Wad op gevaren. Hmm, ik heb kennelijk erg goed en vast geslapen op de nu zo rustige zee. Nou ja, mijn shift deel ik verder met Joost want zo ver is het niet meer. Lekker stroompje mee en we komen precies op de kentering aan het eind van de Pollendam zodat we in de Boontjes ook weer stroom mee hebben. Het kan verkeren 🙂

Uit Harlingen komt ons een armada van bootjes tegemoet die op dit vroege uur allemaal met de stroom mee naar de eilanden gaan. Het is weer even wennen met al die bootjes om ons heen. In de Boontjes lopen we een prachtige klassieker voorbij, de Wallaby, alhier wel bekend. Edmond wordt wakker als we aan het remmingwerk in Kornwerderzand aanleggen. Die heeft ook al zo goed geslapen.

We nemen met weemoed maar voorlopig afscheid van het zoute water. We zijn precies 4 weken op pad geweest, de tijd is omgevlogen. We hebben geluk gehad met het weer. Het zeilpak is bijna niet gedragen, te koud of te nat is het niet geweest. De oorspronkelijke plannen waren 4 maanden naar het hoge Noorden. Corona gooide echter roet in het eten. Die reis is een jaar uitgesteld is met als voordeel dat we nu eerst een oefentocht hebben kunnen maken, om de boot in orde te krijgen en een goed team te worden. Dat is, bijna, gelukt. Bijna, omdat Norna’s salon nog niet is voorzien van een bioscoop waardig scherm, hetgeen op de To-Do list van Joost komt te staan.

We vieren het met een diner in het restaurant van de Flevomarina.


Orca “attack”

November 23, 2020

On October 31 we were half way on a delivery of a Jeanneau 54 from Alicante (Spain) to Lelystad in The Netherlands, the new home port for this luxury yacht. With speeds of around 8 to 10 knots we were sailing in a 25 knots breeze about 10 miles off Cape Finisterre along the Nordwest coast of Spain.

Moments before the Orca encounter

Initially we had not seen the Orca’s and the first we knew about it was when the wheel was ripped out of the helm’s hands. Fortunately we were steering by hand and not on the autopilot.

My first thought was a steering failure of the helmsman, but when we made a 180 turn and tacked my next thought was of some kind of mechanical failure of the steering mechanism. But then we felt the rudder was hit again and saw the Orca’s behind and next to the boat.

Lately the writing press and some television stations payed attention to Orca attacks arround the coast of Spain and Portugal. The still unexplained spate of apparent attacks on yachts caused serious damage to several boats and leaving crews needing rescue. To guarantee the safety of people and the Orcas themselves Spain’s transport ministry said yachts of less than 15 metres in length would be banned from sailing close to the coast between Cape Prioriño Grande and Estaca de Bares point in Galicia. “The measure is intended to prevent new encounters with the orcas which have, over recent weeks, been responsible for various incidents in Galicia’s coastal area, mainly involving sailing vessels” the ministry said in a statement.

So far, reading these reports, such an event feels still far away for me. Our Jeanneau 54 is 16m. in length so there were no restrictions for us. However, before leaving Alicante we discussed about a possible encounter with aggressive Orca’s. The conclusion was clear:

  • no hands on the helm
  • no engine or shut it off when in use
  • turn off all electronics, special the deep sounder
  • lower all sails
  • do nothing but wait until the Orca’s lose their interest in the boat.

So, and that is what we did. During 15 to 20 minutes they ram the hull and particularly the rudder. We let the boat drifting, lost all steering and the boat was spun 360 several times. After about one hour it looks as they were gone.

We set sail again and went to the nearest port, Muxia. The boat handled well and there seems to be no problem with the steering.

The next day I made a video of the rudder with my watertight action cam, which I had tied to the boat hook. Everything seems to be all right and no damage was seen.

Knowing this was really comforting for the next 1000 miles sailing home.


Test remote publishing

October 17, 2020

Please ignore, this a test for remote publishing by email.


First time folding in the water.

September 23, 2020

With makeshift folding equipment by the absence of sheet winches and a mast.

A lever for the first vertical movement.

photo65

Chain hoist for the movement of the float.

photo67

photo68

photo72

From here in the photo album you can find new photos about the making of the beam fairings and mounting to the beams..


Beam fairings

August 23, 2020

After a long time of no boatbuilding I have started the build of the fairings in front of the beams. I needed some time to reorganize the garage and collect the right tools for the composite work on the beam fairings. Nice to do some boatbuilding again as a good distraction on the interior work.

20200802_154911_450

The fairings are made with 30mm. wide foam strips in female form frames.

epoxy_450

I have some remnants of resin and hardener and the first glue job with the foam strips is a nice opportunity to use up al these remains. I pressumed the unlabeled clear bottle is the one with the resin and the small heavily used bottle the one with the hardener. In hindsight a big mistake as the epoxy bog does not want to cure. A better look at the unlabeled clear bottle shows that it is not resin but also a hardener but from another brand and almost odorless.

20200718_215606_450

Da$#%!*, stupid mistake and have to break down the first fairing. Nevertheless much better than a wrong ratio between resin and hardener that leaves behind a sticky mess. This stuff is easy to remove and is is just a matter of waste time.

20200721_152636_450

The trial fit on the starboard front beam is satisfying, however there remains a gap between fairing and cabin.

20200721_192443_450

The plans give the possibility to make a build out on the cabin to match with the fairing. But, as the cabin is already nicely painted I prefer to make a small extension to the fairing with the same goal, a fair match between cabin and fairing and beam.

fairing uitbouw 450

The still remaining gap between beam, beamfairing and cabin will be nicely closed later on.

By the way, the beams are still covered with peelply and coated with a cheap primer for UV protection.

nettingeye_450

At first I thought of making a tube along the edge of the beam fairing for the connection of the wingnet lashings. But in hindsight it looks better to stick to the plans, meaning netting eyes out of sight in the bottom of the fairing.

20200818_125944_450

20200814_130640_450

This means replacing the regular foam with high density foam at the places of the netting eyes.

To be continued with the mounting of the beam fairings against the beams.

Here are much more photos of the making of the beam fairings. Click in the photo gallery.

 

 


Windlass.

April 21, 2020

In an earlier post I told you about my windlass choices. Now that I am finishing the interior it is also time to put the windlass in its final position. For that I have to make the base plate on which the winch is mounted.

20200328_171024_450

My Quick Rider windlass is deliberately delivered without anchor chain guide as I want to turn the windlass counterclockwise. All winches have the anchor chain guide on the other side. So I made the anchor chain guide myself from fiberglass over a mold. The base plate for the windlass has thus become quite a special workpiece.

20200404_103500_450

Of course, the anchor chain locker is closed with a neat door that matches the rest of the interior

20200406_153405_450

More photos can be found in the updated album


I’m back ! ;)

April 1, 2020

However, I have never been away but I have quite neglected this blog. The last posting about (building) FRAM was already two years ago. Time flies and in an earlier post I said I had to slow down myself. FRAM floats in the private harbour behind our house. Now without any project pressure and external obligations, good for me but bad for the project progress. I escaped the workflow in which I was living. The time I used to spend on building FRAM has been replaced by other things and more social activities. And some other projects, the last one being the renovation of the ground floor of our house together with the building of a new sunroom at the back of our house.

20191231_160522_450

Now that is all finished, I can concentrate on FRAM again.

Compared to previous (too) busy years the progress of finishing FRAM has been very slow. Not only because I enjoy the free time but also that the FRAM project has entered a new phase. She is in the water, there is no workshop anymore and instead Fram’s interior has been rebuild into a workshop. Among the things to do there is also a lot of thinking about the technical installations on board.

Last year I have upgraded the website fram.nl but since then still without publishing any updates. In the past I used this blog to describe some project parts and to announce new updates of the website and that is what I’m going to continue from now on.

My apologies to all followers of this blog who were waiting so long for new posts. I need to do better.

Stay in touch with this place.


Norna Biron delivery (slot)

May 19, 2019

We willen langs het Blighbank Windfarm om evenlater de passage tussen dit windfarm en dat van Northwind te pakken en Noordwaarts af te buigen. Ons recht van overpad wordt echter ontnomen door een Guard Vessel. Onder aanvoering van een Pool ligt dit schip als een waakhond op z’n windmolentjes te passen. “Entry prohibited”, de Pool is niet te vermurmen. In plaats van met recht te protesteren is onze schipper verstandig en verlegd de koers van Norna bovenlangs het eerste windfarm.

Wat is hier in korte tijd veel veranderd. Ogenschijnlijk is dit deel van de Noordzee overvallen door de zucht naar groene energie en blijft er weinig ruimte over dan slalommen. Nou ja, bijna dan.

Mijn middagslaapje wordt onderbroken door de lucht van salami worst en pinda’s. Aangezien mijn kooi zo ongeveer de helft van Norna’s salon in neemt speelt happyhour zich in de andere helft af, juist naast mijn slaapzak. Krijg een biertje in mijn handen gedrukt, dat is lekker wakker worden. En alweer lukt het mij om mijn happy hour rantsoen bijna te verdubbelen door een deel van het blikje ook aan Norna te gunnen. Nou ja, bier vlekt niet zeggen ze.

Het anker gebied is druk maar de ankerliggers hebben een mooi straatje vrij gehouden waar we al motorzeilend doorheen gaan. Veel wind is er niet en om toch enige voortgang te houden staat de motor zachtjes bij.

Aan bakboord komt een bootje aangevaren. FF kijken hoe het gaat met de CPA (Closest Point of Approach) maar het bootje is niet te zien op de AIS. Hij houdt wel in om ons voor te laten gaan. Met de verrekijker zie ik wat reflecterend schilderwerk en herken het vaartuig als Kustwacht, de Zeearend blijkt later. Ik hou de marifoon in de gaten maar die blijft stil. Even later vaart ie achterlangs van ons weg, geen belangstelling voor ons blijkbaar. Net als Heiko naar buiten komt vertel ik hem dat de Kustwacht geen interesse in ons heeft. Achterom kijkend reageert Heiko met “die in dat kleine rubberbootje ??”

Verdraaid, ze komen achter ons aan. Ha, dat wordt weer leuk. Wat een stoere rib met gehelmde gasten aan boord. Ze proberen het eerst, minder handig ook, aan de loefzijde om bij ons aanboord te komen. Dat lukt niet. Dan maar aan lijzijde waar Norna met haar dikke kont iets meer beschutting aan de gehelmde mannen biedt.

Inmiddels hebben we Joost gewekt en die komt met zijn fototoestel naar buiten. Na de nodige acrobatiek verwelkomen we twee geuniformeerde heren, één douane en één politie. Raar, ik had Marechaussee verwacht, maar die is achtergebleven in de Rib. Kennelijk wordt de politieman de leuk gegunt om Norna te bezoeken. Hij blijkt al extreem goed op de hoogte van ons reilen en zeilen en heeft het terloops over Internet en onze reis avonturen. Hij geeft zich verder niet bloot maar zeker weten hebben we hier ook met een liefhebber te maken. De hele trip vanaf Griekenland heeft ie al in kaart. Onze schipper wordt geprezen voor zijn waterdichte administratie. Alles klopt, dat hebben ze wel eens anders ervaren met nieuw aangekochte jachtjes en de deliveries daarvan. Leuk zo’n compliment.

Eerlijk verteld Joost dat we in Ramsgate witte diesel hebben getankt om geen geduvel te krijgen met de rode tax-free variant en dat gezegd hebbende is voor de douane man voldoende om een controle achterwege te laten. We verhalen over hun collegas in Ramsgate waar we lieten zie hoe je dmv de vuilnis de contrabande aan wal kunt krijgen. Om toch nog enige autoriteit te laten zien wijst de politieman ons op het ontbreken van de omgekeerde kegel, een verplicht sein als je zowel de zeilen als de motor heb bij staan. Ik mompel maar wat over Belgie en dat we nu toch op meer vergevingsgezind Nederlands grondgebied varen.

De douaneman wil naar binnen voor een controle rondje. Dat zal nog niet meevallen met al die geheime bergplaatsen op Norna. Hij vind dat echter geen enkel probleem. “In geval van enige verdenking nemen we jullie gewoon even mee naar de haven en sturen onze Dolly de drugshond wel even naar binnen”.

Zover komt het niet. Ondanks de verzekering van Heiko dat er onder geen beding erwtensoep aan boord komt, mijn lievelingssoep maar een gerecht waar hij van gruwelijkt, staat de stiekemerd nu toch erwtensoep te koken. Wat een leuke en smakelijke verrassing zo op de laatste avond op zee. De geur van de rijk gevulde dikke groene drab valt ook in de smaak bij de douaneman. Maar daar blijft het bij. Onze man’s cave kan zijn goedkeuring wegdragen mede doordat onze mannelijke aroma’s nu overheerst worden door de geur van de erwtensoep.

Het was een leuk intermezzo. De mannen willen aan de lijzijde weer van boord maar nu vraagt de schipper van de rib ons om even recht voor de wind te gaan varen. Met alle zeilen strak krijgt hij niet meer dan 30 graden van Joost, daar moeten ze het maar mee doen, maar de mannen worden nu ook vanuit de rib geholpen om terug aan boord te komen, de politieman iets soepeler dan de douaneman.

Tot ziens , het was leuk en met een zwaai keren ze terug naar het moederschip de Zeearend.

3.00 Uur in de nacht begint mijn laatste wacht van deze reis. Een uurtje eerder is Joost de Maasmond overgestoken en moest daarbij iets inhouden om twee grote zeeschepen voorlangs te laten gaan. Nu is het volkomen windstil en verder leeg, op een paar ankeraars na. De zee is volkomen blak, vlak, geen deining, wel een helder stralende volle maan boven ons kielzog en de lichtjes van Scheveningen aan stuurboord. Toch ook wel weer een magisch momentje, even genieten maar even later toch ook weer van de nu ruim aanwezige 4G gebruik maken. Ik realiseer mij dat het bijna voorbij is. De witte flits in de verte kondigt de nadering van IJmuiden aan. Griekenland, Messina, het lijkt alweer eeuwen geleden. Met een PB-tje (Persoonlijk Bericht) uit het Zeilersforum komt het landleven ineens wel erg dichtbij.

Even voor zessen in de ochtend varen we binnen de pieren van IJmuiden met een voorlopig afscheid van het zoute water. Schutten gaat vlot en voor we het weten zijn we al in Amsterdam en meren af in de nieuwe Marina in Amsterdam Noord. Voor een ontbijt bij Loetje zijn we nog te vroeg. Onze laatste douche was in Gibraltar, ik weet niet eens meer hoeveel dagen geleden, dus wat verfrissing en afscheren van de zeebaard is wel gewenst. Maar, ik heb het al eens eerder gezegd, zonder dat echte merrino thermo ondergoed was het nog vele malen erger geweest, wat een fantastisch geur absorberend spul is dat toch.

Hoewel, na mijn uitgebreide week en was beurt in de luxe sanitaire ruimten van de Amsterdam Marina, met de zo zorgvuldig bewaarde frisse en droge kleren aan, ruikt het in de buik van Norna nu anders. Gelukkig is het gebruik van deodorant aan boord van Norna niet merkbaar geweest (ik gebruik het nooit). Ik ervaar dat altijd alsof er ergens continue een wc verfrisser aan staat. Nee, dan zijn de baby billen doekjes toch een stuk aangenamer in het gebruik. Een aanrader overigens bij dit soort reizen. Maar niettemin, het is wel tijd om alle luiken van Norna eens open te zetten en haar even flink te laten doortochten.

Ondertussen gaan we uitgebreid brunchen op het terras van Loetje. Voor een ontbijt is het al te laat. Tussen het laatste Doppen biertje en het volgende aperitief zit nog maar een paar uur die we doorbrengen op de steigers van de Marina. Ons aansprekende boten, zowel zeil als motor, worden nauwkeurig gefileerd en waar de één zich verlekkerd in de de klassieke lijnen van enkele jachten verdiept de ander zich in de verschillende details van een variateit aan tuigages. Voor de oude dag bekijken we wat motorbootjes die we de Franse Kanalen waardig achten. De wens voor een tuinsetje met parasol in de kuip versmalt de keuzes al aardig en een deel van ons gezelschap trekt de conclusie dat je dan al voor een paar duizend euries klaar kunt zijn.

Tijdens het aperitief op het terras van Loetje komt Philip ff buurten. Een bekende van Joost uit eerdere havenontmoetingen en een bekende van mij via het Zeilersforum. Hij is een eindje verderop in zijn Koopmans 34 aan het werk. Het is altijd weer leuk om de gezichten aan de digitale connecties te kunnen toevoegen. Hoewel je elkaar voor het eerst ontmoet is het alsof je elkaar al jaren kent. De digitale discussies en vraagstukken worden nu naadloos doorgezet in het persoonlijk contact.

Ineens komen ook onze verhalen los. Die hoeven we elkaar niet te vertellen maar nu zit er voor de eerste keer een ander bij. Die arme Philip, maar ik geloof dat hij het ook wel leuk vind.

Uiteraard komen we voor de dikke in margarine gebakken Loetje biefstukken en heel onbescheiden verorber ik de XL versie met wit brood soppend in de zwarte jus. Zo lekker. De gebroeders maken een andere keuze maar genieten niet minder.

Heel verstandig gaan we toch nog bijtijds slapen. Joost heeft de volgende ochtend een afspraak gemaakt met zijn dochter die het laatste stuk naar Lelystad zal meevaren. We pikken haar net naast het Centraal Station op daar waar vroeger de gemeentehaven was. Nu is het daar een kade die niet meer bedoeld is voor jachtjes. Hoewel niemand ons een strobreed in de weg legt blijft deze illegale actie niet onopgemerkt door de alom aanwezige ZF-ers. Wel leuk eigenlijk.

Inmiddels is het diepblauw van de oceaan via het wat grijzige Noordzee water overgegaan in de bruine soep van het Markermeer. We zijn bijna thuis. Het was een mooie reis en fantastische ervaring. Eergisteren zeiden we nog tegen elkaar dat we evengoed nog wel 12 dagen willen doorgaan naar de Lofoten. De stemming is al deze weken prima geweest, geen irritaties, onvertogen woorden of anders en in een bijzonder prettige harmonieuze samenwerking.

Voor de Oranjesluizen leunt Joost ontspannen en relaxed tegen het hekwerk van de wachtsteiger aan. Het is niet niks om zo’n avontuur te ondernemen met een onbekende boot en van horen zeggen geschikte bemanning. Ontspannen met zo’n verantwoordelijkheid was lastig, alhoewel Joost dat vrijwel nooit heeft laten merken. Nu heeft hij dat zichtbaar van zich af laten glijden.

Vandaag doet Jasper het manouvreerwerk met Norna. Jasper die meestentijds in de machinekamer van Norna was te vinden. In soms onmogelijke houdingen de lastigste technische klusjes uitvoerend om de trouwe Deutz aan de gang te houden. Daar was af en toe zeer veel improvisatie talent bij nodig, zoals toen bij Sardinie om door aan de retour dieselleiding te gaan zuigen de kapotte brandstofpomp te helpen en zo net voldoende motortijd te creëren om fatsoenlijk te kunnen aanleggen.

Het kombuis is het domein van Heiko. Ontbijt, lunch, diner, koffie, warme broodjes, pasta’s in alle mogelijke combinaties, toveren met ingeblikte conserven, tosti’s en omeletten, warme pistoletjes met garnalen. Of daar was Lapskous, waarvan de ingredienten geheim zijn en hoewel herkenbaar, toch enkelen een dubieuze herkomst kunnen hebben. Maar altijd lekker. De met aluminium weggooibakjes geïmproviseerde oven deed niet onder voor het defecte origineel.

We wisten van te voren dat we een boot mee naar zee namen die lang heeft stil gelegen, die we niet kennen, waar dingen niet werken, waar onderweg vast en zeker het nodige aan gesleuteld moet worden en zeker geen verwachtingen van een probleemloos en goed voorbereid schip van moeten hebben. We hebben dat van te voren ook goed tegen elkaar uitgesproken. Voor sommige wal kapiteins is dat misschien niet te begrijpen, maar het vertrouwen in de eigen zelfredzaamheid is bevrijdend en geeft mij persoonlijk een vrijheid die voor mij de kern en lol van het reizen per zeilboot betekent.

Het laatste Happy Hour, ditmaal op Norna’s nieuwe ligplaats In Flevo Marina te Lelystad, waar we vanmiddag zijn aangekomen.

We zijn rond, Lelystad, Amsterdam, Preveza, Nidri, Messina, Sardinie, Gibraltar, Ramsgate, Amsterdam, Lelystad.

Ik heb er van genoten, hartelijk dank Joost, Heiko en Jasper en ook dank aan allen die ons gevolgd hebben, voor de reacties en vermakelijke eigen interpretaties.

Henny

 

 


Norna Biron delivery (12)

May 17, 2019

Norna Biron delivery (12)

Ramsgate.

We kiezen Ramsgate als haven om een tankstop te maken. Dat is weliswaar een beetje om maar het is ook de oorspronkelijke thuishaven van Norna Biron en er kan een ontmoeting met de vorige eigenaar Andy gepland worden. Zelf droom ik al een paar dagen over een lekkere pint met fish&ships.

Er zijn ook nog wat diverse klusjes te doen, zoals het vooronder leegpompen, filters vervangen en de bijboot opnieuw stevig vastsjorren in haar davits. Die is wat zachter geworden en heeft zich in zware zeegang wat los weten te werken. De buitenste davits steunen staan onder een ongezonde hoek maar blijken bij nadere inspectie toch niet gebroken te zijn, waar we wel bang voor waren. Slechts wat getordeerd.

De mannen staan alweer te popelen om de klusjes op te pakken maar ik weet inmiddels precies hoe dat gaat. Het resulteert in minder tijd voor andere geneugten waarvan de fish&ships bij mij nu met stip op nr.1 staan. De helft van de crew is voor en dan realiseert de schipper zich dat we het eigenlijk ook wel verdient hebben. Muiterij blijft daarom uit en net als we de steiger op willen stappen staan er 4 uiterst correcte geuniformeerde heren van de Border Control op de steiger voor de inklaring en controle.

Een mooi klusje voor de schipper.

Ondertussen verzamelen we de nauwelijks nog te tillen vuilniszakken om die straks mee te nemen naar de vuilcontainer en vermaken ons verder in het zonnetje op de steiger. De douane mannen houden de schipper bezig met het afkruisen van hun checklist en kijken ondertussen in een paar kastjes en onder de rokken van Norna. Kennelijk zijn we betrouwbaar genoeg om na een half uurtje weer van boord te stappen naar hun eigen kustwacht fregat dat precies aan de steiger tegenover Norna ligt.

De verzamelde vuilniszakken op de steiger wordt geen blik waardig gegunt. Dus voor de volgende keer weten we nu hoe we de contrabande Europa in kunnen krijgen.

Nu tijd voor de fish&ships. Op de kade komen we Andy tegen die ons DE fish&ships zaak van Ramsgate aan wijst. En inderdaad, mijn droom wordt meer dan waar gemaakt met als verrassing nu eens geen slappe frietjes. De zaak heeft geen alcohol vergunning maar dat wordt weer meer dan goed gemaakt door de naast gelegen pub waaruit we een heerlijk fruitige Jack Brand Ale Pine krijgen uitgeserveerd.

Tjonge, in het nu heerlijke zonnetje ben ik veels te warm aangekleed dus de jas, twee truien en het thermo ondergoed (althans alleen de bovenkant daarvan om het netjes te houden) gaan uit. Één van de drie langs schuivelende veels te dikke en sjofele bejaarde dames komt ondertussen even van de frietjes van Joost proeven en besteld, na een goedkeurende rochel, zelf ook een bakje.

Nog een beetje wankel op de benen van dat ene pintje lopen we terug naar de boot. De border control mannen zwaaien vanaf hun schip vriendelijk naar ons. Zulke aardige jongens, weten en wisten al veel meer van ons en onze reis nog voordat we ze ontmoet hadden. Andy en zijn vrouw komen aan boord en hebben een doosje Belgisch bier mee genomen. Eerst de klus afmaken en dan tijd om te socializen.

De planning was slechts een korte stop in Ramsgate. Vanaf 22.30 is het tij weer gunstig om de haven uit te varen. Alleen, het waait hard, we liggen aan lager wal op de kop van een “hammerhead” steiger met maar weinig manouvreer ruimte. Na het avondeten bespreken we de taktiek om hier weg te komen. Springetje naar voren, kont stuurboord uit draaien, achterwaards wegsteken met de vraag of we Norna’s haar kont dan nog wel verder in de wind kunnen krijgen. De schroefwerking is precies de andere kant op. Dat kan ook, maar daar is de manouvreerruimte weer minder. Of naar achteren wegzakken, hetgeen ongetwijfeld een kraak momentje gaat opleveren aan de punt van de steiger. Er ontstaat een onzalig plan om eerst te gaan oefenen. Hallo, dan kan je beter meteen van wal steken, immers als “de oefening” lukt is toch beter om dan maar meteen de daad bij het woord te voegen en te vertrekken. Daar verderop op zee staat een harde tegenwind in een holle zee. Erg aanlokkelijk ook en realiseer mij dat ik eigenlijk wel een beetje uitgekakt ben. Waarschijnlijk ben ik niet de enige want er is al snel bijval. De rode oogjes van de schipper vertellen ook een verhaal.

Ja, het is beter om eerst wat te slapen en morgenvroeg te vertrekken. Wekker op 6.00 uur.

Vanmiddag 12.00 uur draag ik het commando over Norna aan Jasper over. Ik ben koud en het heeft geregend, voor het eerst deze reis. Binnen zit ik met kleren aan en muts op onder de slaapzak mijn handen warm te laten worden om mij even later aan dit mailtje te kunnen weiden. Uit de à la carte kombuiskaart kies ik een dikke hotdog in een vers opbak pistoletje. De anderen zitten nog in het rookhok op de brug, en kiezen voor een gevulde omelet die even later in de salon door de chef wordt uitgeserveerd.

Amsterdam, here we come !

Groeten van Joost, Heiko, Jasper en Henny

image1 9

image1 9


Norna Biron Delivery (11)

May 15, 2019

Woensdagavond, ergens halverwege Selsey Bill en Beachy Head.

Zo dat was een vlotte oversteek van Biscaye. Helaas is het ingestelde walvis alarm niet afgegaan. Wel worden we regelmatig begeleid door dolfijnen, soms een paar, soms een hele school. Twee dagen over bakboord zeilend en de oversteek van Biscaye is een feit. Na Ile D’Ouessant zetten we dat nog eens twee dagen voort door de aanloop van het kanaal tot onder de Engelse kust.

Ile D’Ouessant ronden we in de nacht, bepaald spectaculair vind ik. Met name de vele rode en witten lichten, en wetend wat voor een imposante bouwwerken daar onder zitten, is indrukwekkend. Uit het Chenal le Four aan stuurboord zie ik op de AIS een 24ft. Frans zeiljachtje aankomen. Aan haar naam te zien een solo zeiler, mischien wel zo’n Mini Transat coureur. Een heel andere wereld dan aan boord van Norna en om de één of andere reden benijd ik hem of haar niet.

Norna glijdt met haar 30 ton majestueus over de golven. Paaltjes pikken is haar vreemd, net als zich laten afstoppen door een golf. Ze denderd gewoon door, de golven in met wolken van schuim uiteen spattend, toch ook heel wat anders dan een AWB (Average White Boat). Alleen een protesterend anker in de boeg verstoord met een bonk af en toe haar gracieusheid. En als de wind iets afneemt naar 20 knopen doet een puntje kluiver wonderen om haar opnieuw weer de sporen te geven.

De 4G boei (zo noemen wij “Land in zicht”) ligt bij Start Point. We zeilen nog een eind Lyme Bay in alvorens naar het Noorden te verleggen. Dan gaat de motor ook weer bij en motorzeilen we verder tegen de wind in.

‘s-Nachts om drie uur neem ik het wachtstokje weer over van Joost. Nog geen kwartier later stopt de stuurautomaat er mee. Dat doet hij wel vaker. Een complete reset, wat gerommel met bedrading of een opvoedend klapje tegen het kompas heeft tot nog toe steeds geholpen om hem weer werkend te krijgen. Zelfs heeft Joost hem al op een andere groep gezet omdat er regelmatig een “power failure” optrad. Nu lijkt hij het te vertikken. De reset haalt niets uit. Het kompas werkt, hij wil ook best aan de gang maar het lijkt alsof de koppeling (de clutch) in het systeem niet meer werkt. Soms voel ik nog een tikje maar er zit nu duidelijk iets niet goed.

De roerlagers van Norna Biron zijn ernstig aan vervanging toe. Dat wisten we al toen we Griekenland verlieten. Sturen is spierballenwerk. In elke stand blijft het roer hardnekkig staan. Even zo blijft Norna een koerswijziging ook hardnekkig volgen. Tenminste als zij genegen is om na enige aandrang naar het roer te luisteren. Terugbrengen op koers is een geduldig karweitje of oversturen met spierballen. Kortom, het vraagt wat oefening en gewenning. Kunst is eigenlijk om zo min mogelijk te sturen en Norna haar eigen weg te laten vervolgen, weliswaar met kleine correcties, en in dat laatste zit de kunst verborgen. In vlak water niet zo heel lastig, in hoge golven nog best een opgave.

De stuurautomaat daarentegen heeft er ogenschijnlijk helemaal geen moeite mee. Ondanks de meest trage instelling kwa reactiesnelheid is hij er wel druk mee. Overbodig druk, maar daar hebben wel meer autopilots last van. Wetende  hoe zwaar werk het is maken we ons wel zorgen of dit goed blijft gaan. Nieuwe roerlagers staan pas in Nederland op de planning.

In het zicht van Portland Bill realiseer ik mij dat het moment is gekomen dat de stuurautomaat toch echt ergens mechanisch kapot is gegaan. Tijd om verder uit te testen of over na te denken is er nu niet. Een visser aan stuurboord, een tegenligger die recht op ons af komt en het ronden van Portland Bill eisen nu mijn volle aandacht op. Als een dronkenman probeer ik Norna in de hoge holle zee op koers te houden. Uitslagen naar beide kanten van zeker 40 graden is geen uitzondering. Wat zullen ze wel niet van Norna op de AIS denken?  Geen peil op te trekken, net als die visser trouwens die ook alle kanten op gaat en mij zeker anderhalf uur bezig houdt. De enige steady factoren zijn de tegenligger en Portland Bill.

De richting waarop de visserman vaart kan ik alleen maar op de AIS zien. De boot zelf is één fel wit licht en boordlichten of anderszinds zijn niet te zien. Als de visser vlak bij zijn koers 180 graden wijzigt en van mij af vaart keert de innerlijke rust weder en kan ik mij richten op het ronden van de kaap. We zitten nog steeds in veilig vaarwater. Eigenlijk mag de Ipad niet de kuip in maar nood breekt wet. Ook in de kuip zit een plotter maar de kaart daarvan is al bij Zuid Portugal gestopt en wat overblijft zijn de contouren van het land. Genoeg voor AIS maar niet genoeg om deze beruchte kaap te ronden. En aangezien het sturen mijn volle aandacht vraagt kan ik niet ff naar binnen om op de kaart te kijken.

Om 6.00 uur komt Jasper naar boven en vertel hem het slechte nieuws. Aangezien ik niet alleen het achterdek op wilde om het kompas een opvoedkundig tikje te geven doet Jasper dat nu. Zoals ik al dacht, het helpt niet. Ook Jasper is het het mij eens dat er iets mechanisch kapot moet zijn. De clutch doet het niet meer of mischien is de aandrijfas gebroken, het tandwiel eraf, of zoiets. Het vooruitzicht om met de hand te blijven sturen is niet fijn en na kort beraad besluiten we Joost te wekken. Jasper en Joost nemen het over en ik duik, niet eens koud, mijn kooi in.

Een paar uur later wordt ik niet geheel vrijwillig wakker en blijk ik mijn kooi te delen met allerhande gereedschap en houten onderdelen van de servieskast. Want boven de servieskast zit de drive van de automaat. Jasper is bezig het ding te demonteren.

4DCCADB9-04D9-468F-9D39-F3948C8C2BD7

A563E26F-4033-4892-AD4D-79ABB203AB16

Wat volgt is een zorgvuldige ontleding van de drive door onze Bush Mecanicien. De middelen zijn immers maar beperkt. Al snel is de conclusie dat de clutch prima in orde is. We proberen het tandwiel van de as af te krijgen met wringen en tikken maar dat lukt niet. Met een McGyver poelietrekker bestaande uit de twee bouten waar de drive mee vast zat en een tierip lukt het uiteindelijk wel. Als ook de aluminium behuizing is verwijderd wordt het euvel zichtbaar. Ook meteen met een opluchting. De as is heel maar de tandwielkrans is los. Deze hoort vast te zitten met 4 boutjes, maar 2 daarvan zijn gebroken en de andere 2 hebben zich in allerlei bochten moeten wringen om de boel nog enigszins vast te houden. Wat ze dus uiteindelijk hebben moeten opgeven.

De resten van de afgebroken boutjes zitten nog in het aluminium huis. Uitboren lukt niet. Daarnaast hebben we deze maat boutjes ook niet in huis. Wel een maatje dikker. Nog eens bestuderen leidt tot de conclusie dat nieuwe gaten boren en tappen tussen de bestaande schroefgaten de beste oplossing is. De te lange boutjes die we hebben gevonden brengt ook het idee de nieuwe gaten helemaal door te boren en de nieuwe bouten tevens te borgen met een moer aan de buitenkant van de aluminium behuizing. Staat weliswaar minder fancy maar is een stuk degelijker dan de oorspronkelijke constructie. De zo gereviseerde drive is nu beter dan dat hij ooit was.

Net voor happy hour is de boel gefixt en kan de automaat er weer op. Inmiddels heb ik de hele dag Norna met de hand de goede richting op kunnen bewegen en zijn we o.a. het Isle of Wight gepasseerd. Oefening baart kunst en gelukkig is de zeegang gedurende de dag ook een stuk minder geworden. Het is weer prachtig weer geworden, de knutselaars beneden missen heel wat maar beleven weer hun eigen hoogtepunt. Knap stukje werk weer.

In mijn werk doe je knutselen in je eigen tijd. A/b Norna mag het blijkbaar ook in de baas zijn tijd. Overuren worden niet vergoed dus ik ben zometeen (21.00 uur) weer gewoon de klos in het reguliere wachtschema 😉

Met liefde en plezier !  Wat een genot om met deze mannen 4 weken op elkaar gepakt te zitten.

Zonder gekheid, Jasper blijkt een ware dieseldokter te zijn en heeft vele uren in de machienekamer doorgebracht. De dieseltank is vuil en naast het zoveel mogelijk afzuigen van de vuiligheid moeten er dus ook met regelmaat filters vervangen worden. Stiekum denk ik dat ie wel een beetje verliefd op die Deutz is geworden.

We verwachten nog veel tegenwind op de Noordzee en om de planning te halen maken we morgen nog één tankstop.

Groeten van Joost, Heiko, Jasper en Henny

Foto’s Isle of Wight, St. Catherine’s Point

AC5CEB23-0F15-4DBC-A315-1B6A71666FAA

EE950230-96C0-4EBB-8726-79D080FEA782


%d bloggers like this: